In veel gebouwen hangen nog oudere groene vluchtwegpictogrammen. Sommige lijken niet op de borden die nu worden verkocht als veiligheidstekens volgens NEN 3011 en NEN-EN-ISO 7010. Dan komt al snel de vraag op: moet alles meteen worden vervangen, of gaat het vooral om een ander pictogram?
Bij vluchtrouteaanduiding draait het niet alleen om het bordje zelf. Het gaat om de hele route: waar mensen lopen, waar de uitgang zit, of het teken zichtbaar is, of de pijl klopt en of de aanduiding past bij de actuele indeling van het gebouw. Een nieuw pictogram op de verkeerde plek blijft een slecht bord.
Welke norm geldt voor vluchtrouteaanduiding?
Voor veiligheidstekens is NEN 3011:2021 het praktische vertrekpunt. Deze norm gaat over veiligheidskleuren en veiligheidstekens in de werkomgeving en openbare ruimte. Voor veel pictogrammen verwijst NEN 3011 naar NEN-EN-ISO 7010, de norm voor geregistreerde veiligheidstekens.
Bij vluchtrouteaanduiding in bouwwerken speelt daarnaast het Besluit bouwwerken leefomgeving een rol. Voor nieuwbouw wordt aangesloten op NEN 3011 en op zichtbaarheidseisen uit NEN-EN 1838. Daardoor gaat het niet alleen om het juiste symbool, maar ook om zichtbaarheid, plaatsing en functioneren bij stroomuitval waar dat vereist is.
| Norm of begrip | Wat betekent het? |
|---|---|
| NEN 3011:2021 | norm voor veiligheidskleuren en veiligheidstekens in werkomgeving en openbare ruimte |
| NEN-EN-ISO 7010 | internationale pictogrammen voor veiligheidstekens, waaronder vluchtweg- en nooduitgangssymbolen |
| NEN-EN 1838 | eisen voor noodverlichting en zichtbaarheid van vluchtrouteaanduiding |
| NEN 6088 | oudere norm die in de praktijk nog bij bestaande situaties kan terugkomen |
| Bbl | bouwregelgeving waarin eisen aan vluchten bij brand en vluchtrouteaanduiding staan |
De naam van de norm is dus maar één deel van het verhaal. Bij nieuwe borden ligt NEN 3011 met verwijzing naar NEN-EN-ISO 7010 voor de hand. Bij bestaande gebouwen moet je ook kijken naar de leeftijd van het gebouw, de gebruiksfunctie, de actuele indeling en de eisen die voor die situatie gelden.
Moeten oude vluchtwegborden worden vervangen?
Niet automatisch alleen omdat er nu andere pictogrammen worden gebruikt. Een oud bord is niet per definitie fout. Maar er zijn wel situaties waarin vervangen logisch of noodzakelijk wordt.
Een bord dat verbleekt, beschadigd, slecht zichtbaar of half afgedekt is, doet zijn werk niet goed meer. Dan gaat het niet meer om een discussie over oud of nieuw, maar om veiligheid. Ook een mix van oude en nieuwe pictogrammen in één looproute kan verwarrend zijn. Mensen moeten bij een calamiteit niet hoeven nadenken of twee verschillende symbolen hetzelfde bedoelen.
| Situatie | Verstandige aanpak |
|---|---|
| Oude borden zijn goed zichtbaar, logisch geplaatst en consequent toegepast | beoordelen bij inspectie, verbouwing of actualisatie van het ontruimingsplan |
| Borden zijn beschadigd, verkleurd of slecht zichtbaar | vervangen of verplaatsen |
| Oude en nieuwe pictogrammen hangen door elkaar | vluchtrouteaanduiding uniform maken |
| De indeling van gangen, deuren of zones is veranderd | de volledige vluchtroute opnieuw controleren |
| Er worden nieuwe borden aangeschaft | kiezen voor borden volgens NEN 3011 en NEN-EN-ISO 7010 |
| Het bord hangt op een onlogische plek | niet alleen vervangen, maar de route en montagepositie corrigeren |
De fout zit vaak niet in het pictogram zelf, maar in de toepassing. Een bord met het juiste ISO-symbool kan alsnog verkeerd zijn als het naar een dichte deur wijst, te laat zichtbaar is of niet aansluit op de werkelijke vluchtroute.
Wat is het verschil tussen oude en nieuwe pictogrammen?
De nieuwere pictogrammen zijn bedoeld om sneller en internationaler herkenbaar te zijn. Dat is belangrijk in gebouwen waar veel verschillende gebruikers komen: kantoren, scholen, winkels, hotels, magazijnen, productiehallen en publieke gebouwen.
Een bekend verschil zit in de richting van pijlen. Bij oudere vluchtwegpictogrammen werd een pijl naar beneden soms gelezen als “rechtdoor”. In de nieuwere systematiek kan die pijl juist een beweging naar beneden of trap af aanduiden. Zo’n verschil lijkt klein, maar op een vluchtroute kan het tot verwarring leiden.
Daarom moet vluchtrouteaanduiding als systeem worden bekeken. Het bord boven een deur heeft een andere functie dan een richtingsbord vóór een bocht. Een bord bij een trap is weer iets anders dan een bord in een lange gang. Het doel is niet om losse pictogrammen te vervangen, maar om mensen zonder twijfel naar een veilige route te leiden.
Is alleen een bord volgens NEN-EN-ISO 7010 genoeg?
Nee. Een correct pictogram is nodig, maar niet genoeg. Bij vluchtrouteaanduiding tellen ook zichtbaarheid, plaatsing, hoogte, herkenbaarheid, verlichting, noodverlichting waar vereist en samenhang met de ontruimingsplattegrond.
Bij armaturen voor vluchtrouteaanduiding komt daar nog bij dat ze moeten blijven functioneren zoals voor het gebouw is vereist. Denk aan zichtbaarheid bij uitval van de normale stroomvoorziening. Daarom moet je bij vervanging niet alleen naar het plaatje op het bord kijken, maar ook naar het type aanduiding, de lichttechnische eisen en de situatie in het gebouw.
Bij gewone borden zonder verlichting zijn materiaal, afmeting, contrast, montageplaats en zichtlijn belangrijk. Een klein bord achter een openstaande deur of naast een reclamepaneel helpt weinig, ook als het pictogram formeel klopt.
Veelgemaakte fouten bij vluchtrouteaanduiding
De grootste fout is vluchtrouteaanduiding behandelen als een bestelling van losse bordjes. Dan wordt er gekeken waar iets ontbreekt, niet of de route als geheel logisch is.
- oude en nieuwe pictogrammen worden naast elkaar gebruikt;
- een pijl wijst niet duidelijk genoeg de juiste richting op;
- het bord is afgedekt door een deur, stelling, decoratie of reclame;
- bij een bocht, splitsing of trap ontbreekt een richtingsteken;
- de borden kloppen niet meer met de ontruimingsplattegrond;
- na een verbouwing is de oude aanduiding blijven hangen;
- een nooduitgangsbord wordt gebruikt waar eigenlijk een richtingsteken nodig is.
Bij een ontruiming leest niemand eerst de norm. Mensen volgen wat ze zien. Als de aanduiding te laat komt, verwarrend is of naar de verkeerde plek leidt, helpt het juiste normnummer op de factuur niet.
Wat controleren vóór vervanging?
Begin niet bij de webshop. Loop eerst de route door. Kijk waar iemand staat, wat hij ziet en welke keuze hij op dat punt moet maken.
- zijn de bestaande borden nog goed leesbaar en zichtbaar?
- wijzen alle borden logisch naar dezelfde route?
- past de aanduiding bij de actuele ontruimingsplattegrond?
- zijn er verbouwingen, nieuwe deuren, gewijzigde gangen of andere routes bijgekomen?
- zijn de borden op de juiste plekken geplaatst?
- moet de aanduiding verlicht zijn of onderdeel zijn van noodverlichting?
- wordt de hele route aangepakt, of alleen een paar losse plekken?
Pas daarna heeft het zin om aantallen, afmetingen, uitvoeringen en montageplaatsen te bepalen. Zo voorkom je dat er nieuwe borden komen die er netjes uitzien, maar de route nog steeds niet goed uitleggen.
Samenvatting
Bij nieuwe vluchtrouteaanduiding zijn NEN 3011 en NEN-EN-ISO 7010 de logische referentie. Dat betekent niet dat ieder oud bord automatisch direct fout is, maar oude, beschadigde, verwarrende of slecht geplaatste aanduiding moet worden aangepakt. De belangrijkste controle is niet alleen welk pictogram op het bord staat, maar of de volledige vluchtroute duidelijk, zichtbaar en actueel is. Wie borden vervangt, moet daarom niet alleen tabliczki wisselen, maar de hele route nalopen.






