Stroomverbruik berekenen

Met deze stroomverbruik calculator bereken je hoeveel elektriciteit een apparaat gebruikt en wat dat verbruik kost. Vul het vermogen in watt, de gebruiksduur, het aantal dagen en eventueel je stroomprijs per kWh in.

Bij apparaten met een wisselend verbruik, zoals een koelkast, boiler, airconditioner, computer of pomp, geeft een meting met een energiemeter meestal een betrouwbaarder resultaat. In dat geval voer je direct het gemeten verbruik in kWh en de duur van de meting in.

Stroomverbruik calculator

Kies een berekeningsmethode en vul de beschikbare gegevens in. De rekentool toont het verbruik in kWh, de gemiddelde waarden per dag en een schatting voor een langere periode.

Stroomverbruik calculator

Bereken het stroomverbruik van een apparaat op basis van vermogen en gebruiksduur, of gebruik een gemeten kWh-waarde van een energiemeter of elektriciteitsmeter.

De berekende kosten zijn variabele stroomkosten op basis van de ingevoerde prijs per kWh. Vaste leveringskosten, netbeheerkosten en andere vaste onderdelen van de energierekening worden niet afzonderlijk meegerekend.
De voorbeelden zijn geen vaste verbruikswaarden. Het werkelijke verbruik hangt af van het apparaat, de instelling, de belasting en de gebruiksomstandigheden.
Gebruik vermogen en tijd bij een redelijk constant verbruik. Kies een gemeten kWh-waarde bij cyclische of wisselende belasting.
Optioneel. Gebruik bij voorkeur je variabele totale stroomtarief per kWh. Bereik: 0-10 €/kWh.
Gebruik het opgenomen elektrische vermogen of een representatieve gemiddelde waarde. Bereik: 0,1-100.000 W.
Hoeveel uur per dag het apparaat gemiddeld werkt. Bereik: 0-24 uur.
De gekozen berekeningsperiode in dagen. Bereik: 1-3.650.
Aantal identieke apparaten met hetzelfde gebruikspatroon. Bereik: 1-10.000.
Totaal verbruik dat tijdens de volledige meetperiode is geregistreerd. Bereik: 0,001-1.000.000 kWh.
Aantal dagen waarover de ingevoerde kWh-waarde is gemeten. Bereik: 1-3.650.
Energie: E = P × t / 1000. Periodeverbruik: Eperiode = E × dagen × apparaten. Kosten: K = E × prijs per kWh.

Berekeningsresultaat

Resultaat
Kosten
Gemiddeld per dag
Geschat per maand
Geschat per jaar
Vul de gegevens in om het stroomverbruik en eventueel de kosten te berekenen.

Hoe bereken je het stroomverbruik van een apparaat?

Het stroomverbruik hangt af van het elektrische vermogen en de tijd dat het apparaat actief is. Het vermogen op het typeplaatje staat meestal in watt, terwijl het energieverbruik op een energierekening in kilowattuur wordt weergegeven.

E = \frac{P \cdot t}{1000}

In deze formule is E het energieverbruik in kWh, P het vermogen in watt en t de gebruiksduur in uren. De deling door 1000 zet watt om in kilowatt.

Voor meerdere dagen en meerdere identieke apparaten geldt:

E_{\mathrm{periode}} = \frac{P \cdot t \cdot d \cdot n}{1000}

Hierbij staat d voor het aantal dagen en n voor het aantal apparaten. Een elektrische kachel van 2000 W die dagelijks 2 uur werkt, gebruikt in 30 dagen ongeveer 120 kWh.

Van watt naar kWh

Watt en kilowatt geven vermogen aan. Kilowattuur geeft aan hoeveel energie gedurende een bepaalde tijd is verbruikt. Een apparaat van 1000 W dat één uur op vol vermogen werkt, verbruikt 1 kWh. Hetzelfde apparaat verbruikt in een half uur 0,5 kWh.

Een hoog vermogen betekent niet automatisch een hoog jaarverbruik. De gebruiksduur is minstens zo belangrijk. Een apparaat van 60 W dat continu draait, kan in een maand meer energie gebruiken dan een apparaat van 2000 W dat slechts enkele minuten per dag wordt ingeschakeld.

Hoe bereken je de stroomkosten?

De variabele stroomkosten worden berekend door het verbruik in kWh te vermenigvuldigen met de prijs per kWh.

K = E \cdot C

K is het bedrag in euro, E het verbruik in kWh en C de stroomprijs per kWh. Bij een verbruik van 120 kWh en een prijs van € 0,30 per kWh bedragen de variabele stroomkosten € 36,00.

Vul bij voorkeur de variabele totale prijs per kWh uit je contract of energierekening in. Bij een dynamisch energiecontract kun je het beste de gemiddelde kWh-prijs gebruiken over dezelfde periode als het gemeten verbruik.

Waarom is het vermogen op het typeplaatje niet altijd het werkelijke verbruik?

Het nominale vermogen geeft aan hoeveel elektrisch vermogen een apparaat onder bepaalde omstandigheden kan opnemen. Dat betekent niet dat het apparaat dit vermogen voortdurend gebruikt.

Een eenvoudige elektrische kachel of waterkoker is vaak redelijk goed te berekenen met vermogen en gebruiksduur. Een koelkast, boiler, airconditioner, warmtepomp, computer of circulatiepomp schakelt in en uit of past het opgenomen vermogen aan de belasting aan. Bij zulke apparaten is een echte kWh-meting meestal nauwkeuriger.

Wanneer gebruik je een energiemeter?

Een energiemeter is vooral nuttig wanneer het apparaat cyclisch werkt, meerdere vermogensstanden heeft of ook in stand-by energie gebruikt. Meet bij voorkeur meerdere dagen, zodat één afwijkende dag de uitkomst niet te sterk beïnvloedt.

ApparaatPraktische berekeningsmethode
Elektrische kachel of waterkokerVermogen × gebruiksduur
Koelkast of vriezerMeting met een energiemeter
Desktop-pc, gamecomputer of televisieMeting tijdens normaal gebruik
Router, modem of switchVermogen × gebruiksduur of een langere meting
Circulatiepomp of ventilatiesysteemMeting over een representatieve periode
Airconditioner, boiler of warmtepompLangere meting vanwege cyclisch en seizoensafhankelijk gebruik

Een stekker-energiemeter meet één aangesloten apparaat. Een slimme meter registreert normaal gesproken het totale verbruik van de volledige aansluiting. Een verschil op de slimme meter kan daarom niet zonder meer aan één apparaat worden toegeschreven.

Gemeten verbruik omrekenen naar maand en jaar

Bij een gemeten waarde wordt eerst het gemiddelde dagelijkse verbruik berekend:

E_{\mathrm{dag}} = \frac{E_{\mathrm{meting}}}{d_{\mathrm{meting}}}

Daarna kan een schatting voor een maand of jaar worden gemaakt:

E_{\mathrm{maand}} = E_{\mathrm{dag}} \cdot 30

E_{\mathrm{jaar}} = E_{\mathrm{dag}} \cdot 365

Deze extrapolatie veronderstelt dat het gemiddelde verbruik gelijk blijft. Dat kan redelijk zijn voor een router of koelkast, maar is minder betrouwbaar voor een airconditioner, elektrische verwarming of warmtepomp, omdat het verbruik sterk per seizoen kan verschillen.

Motorvermogen en elektrisch opgenomen vermogen

Bij motoren, pompen en machines kan het nominale vermogen in kW het mechanische asvermogen aangeven. Dat is niet altijd hetzelfde als het elektrische vermogen dat uit het net wordt opgenomen. Door verliezen is het opgenomen vermogen doorgaans hoger dan het bruikbare mechanische vermogen.

Gebruik in deze calculator daarom bij voorkeur het opgenomen elektrische vermogen uit de technische documentatie of een gemeten waarde. Voor een berekening op basis van spanning, stroom, arbeidsfactor, rendement en aantal fasen is een afzonderlijke elektrische vermogenscalculator nodig.

Stroomkosten van een apparaat en de volledige energierekening

De calculator berekent het kWh-verbruik van een apparaat en eventueel de variabele kosten daarvan. Dit is niet hetzelfde als de volledige energierekening.

Een energierekening kan ook vaste leveringskosten, netbeheerkosten, belastingen, kortingen en andere contractafhankelijke onderdelen bevatten. Deze vaste bedragen veranderen niet rechtstreeks mee met het gebruik van één specifiek apparaat en worden daarom niet over apparaten verdeeld.

Zonnepanelen en eigen stroom

Gebruik je direct stroom van zonnepanelen, dan is het financiële effect niet altijd gelijk aan de gewone afnameprijs per kWh. Het resultaat hangt af van het tijdstip van verbruik, het energiecontract, de vergoeding voor teruglevering en eventuele terugleverkosten.

Deze rekentool gebruikt één ingevoerde prijs per kWh en maakt geen afzonderlijke berekening voor netafname, direct eigen verbruik en teruglevering.

Veelgemaakte fouten bij het berekenen van stroomverbruik

  • Watt, kilowatt en kilowattuur als dezelfde eenheid behandelen.
  • Een vermogen van 2 kW invoeren als 2 W in plaats van 2000 W.
  • Aannemen dat een koelkast, boiler of warmtepomp continu op vol vermogen werkt.
  • Het aantal identieke apparaten niet meenemen.
  • De volledige energierekening invoeren in plaats van de prijs per kWh.
  • Een korte of niet-representatieve meting zonder voorbehoud naar een volledig jaar extrapoleren.
  • Het totale verbruik van de slimme meter aan één apparaat toeschrijven.
  • Bij een motor het mechanische asvermogen gebruiken alsof dit het opgenomen elektrische vermogen is.

Bronnen en verdere informatie